Dordrecht en de gewetensvrijheid 6

Willem van Oranje stond bekend om zijn verdraagzaamheid in godsdienstige zaken. Hoewel hijzelf als jongen aan het hof van keizer Karel V katholiek was opgevoed, waren veel van zijn Duitse familieleden, inclusief zijn ouders,  Luthers of op een andere manier protestant. Hij schijnt daar geen moeite mee gehad te hebben en ging, volgens tijdgenoten, ontspannen om met gelovigen van beide kerkgenootschappen. Dat was bij zijn standsgenoten meestal niet het geval. In een toespraak eind 1564 voor de Raad van State (het hoogste adviesorgaan van de koning), waarvan hij lid was, schokte hij de aanwezigen al met een pleidooi voor godsdienstvrijheid en vroeg om het intrekken van de ketterplakkaten (zware straffen voor degenen die zich van het katholieke geloof afkeerden). Of tenminste verzachting ervan. Hij vond dat een vorst niet over het geweten van zijn onderdanen kon regeren. Van de nieuwe koning (sinds 1555) Filips II moest echter iedereen katholiek blijven, want anders…

willem van oranje
Prins Willem van Oranje door Anthonie Mor van Dashorst, ca 1555-60.

Nadat de prins van Oranje in augustus 1559 tot stadhouder was benoemd, voerde hij de strenge bevelen van de koning in Spanje tegen de volgelingen van de nieuwe godsdienst veel soepeler uit dan de bedoeling was. Hij zat bij het schrijven van de instructie op 13 juli 1572 echter in zijn legerkamp bij Aldenkirchen, een kleine 20 km boven Roermond. Hij was omringd door ruige huurtroepen, vol protestanten, onder leiding van hun kleurrijke kapiteins en wist uit eigen ervaring wat voor ellende een oorlog kon veroorzaken. Voorkomen dat de gewelddadige rabauwen dorpen en steden platbrandden, plunderden en de bevolking doodde of verkrachtte,  zou hem op muiterij komen te staan. Vandaar dat hij in zijn instructie ook een artikel had opgenomen dat in ieder geval de burgerij in Holland zou moeten beschermen:

Item over de crijchsluyden ende andere op het landt, die binnen de graeffschepe van Hollandt van zijne V.G. eenich bevel ofte commissie hebben, ofte anderssins zijne V.G. ten dienste staen, eene goede loflijcke ordeninge ende politye tot bescherminge ende beschuttinge des lants, tot de alderminste overlastinge der ingezetenen ende borgeren, ende tot eene goede vereeninghe ende accordt aller standen onder den anderen werde ingestelt ende onderhouden.

Oftewel:  dat de legerleiders en de Staten erop toe moesten erop toezien dat eventueel krijgsvolk dat Holland zou gaan verdedigen zo min mogelijk schade aan het land en de burgers zou toebrengen. Daarom verzocht hij hen ook om Willem, graaf van der Marck, heer van Lummen, beter bekend als Lumey, als zijn luitenant en plaatsvervanger als legeraanvoerder te erkennen. De Staten moesten er wel op toezien dat hij gehoorzaamde aan de bevelen van de de commissie uit hun midden, die de prins zou samenstellen, om de oorlog die er zou komen in goede banen te leiden.

Dat was allemaal goed bedoeld, maar wel wat te optimistisch. Juist Lumey, die al een geschiedenis van extreem geweld tegen zijn katholieke tegenstanders had, had duidelijk laten zien dat hij niet van plan was zich in te houden.  Zijn geuzen waren na de inname van Brielle andere Hollandse steden gaan veroveren. Toen ze 26 juni Gorinchem binnentrokken, namen ze daar met hulp van de fanatiekste burgers diverse monniken en de twee pastoors van de stad gevangen. Die werden gemarteld toen ze weigerden hun geloof te verzaken. Na een week van ellende werden ze, via Dordrecht, naar Brielle gevaren. De prins had nog geboden dat alle gevangen geestelijken vrij gelaten moesten worden, maar Lumey trok zich daar niets van aan. De 17 geestelijken werden op zijn bevel op maandag 9 juli in een schuur bij Brielle opgehangen. Ze staan sinds 1675 bekend als de zalige, later (1867) heilige, martelaren van Gorinchem. Als de prins voor 13 juli, de datum van de Instructie, al over die terechtstelling had gehoord, was het inmiddels veel te laat.

lumey
Willem, graaf van der Marck, heer van Lummen of Lumey, gravure door Hillebrant van Wouw, ca 1600, dus ver na zijn dood.

De prins had zelf eind juni Lumey voorgesteld als zijn legeraanvoerder in Holland, voornamelijk gebaseerd op diens ervaring als militair leider. Of Willem van Oranje wist wat voor iemand hij met die keuze in huis had gehaald, is niet bekend, maar als hij het wel wist speelde hij met vuur. Hij drong er desondanks bij de Staten sterk op aan Lumey op die riskante functie te bevestigen. En die stemden daarin toe.

Dezelfde Lumey zat dus op dinsdag 22 juli in de Statenvergadering in Dordrecht om zijn officiële aanstelling als legeraanvoerder van de Staten van Holland te ontvangen. En dat gebeurde ook. De Staten zouden gauw genoeg merken dat hij niet van plan was zich te houden aan wat de commissie voor hem zou beslissen. Hij ging zijn eigen gang. Maar toen hij eind 1572 in Delft een goede vriend van Willem van Oranje, de katholieke geestelijke en geleerde Cornelis Musius, liet vermoorden, werd hij door de Staten van Holland gevangen gezet. Hij werd echter al snel weer vrijgelaten, want in 1573 was de Spaanse reactie in volle gang. Er moest gevochten worden. In 1574 werd hij vervolgens, na nog wat incidenten en daarop volgende gevangenschappen, het land (Holland dus) uitgezet. In mei 1578 stierf hij op zijn landgoed bij Luik aan aan de gevolgen van de beet van een dolle hond. Of door vergiftiging. Hij werd 35 jaar.

Op de laatste dag van de EVS in Dordrecht, 23 juli, veroverde een deel van Willem van Oranje’s leger Roermond (een prent van Hogenberg die dit beleg voorstelt ziet u bovenaan het blog), dat zich twee dagen dapper had verdedigd. De prins gaf toestemming om te plunderen en dat gebeurde ook grondig. Zo grondig dat bij de terugtocht van het verslagen leger, iets minder dan twee maanden later, er in de hele stads niets meer te eten te vinden was. Hij had ook niet kunnen verhinderen dat enkele tientallen geestelijken en monniken door de troepen gemarteld en vermoord werden. Ze staan lokaal nog bekend als de martelaren van Roermond, al hebben ze niet de status van hun collega’s uit Gorinchem bereikt. Ronald de Graaf meldt in Oorlog, mijn arme schapen ook nog dat in een klooster in de buurt alle jonge nonnen werden verkracht, maar daar heb ik geen bevestiging van kunnen vinden. Willem van Oranje heeft op 25 juli nog een bevel verstuurd om dergelijke uitwassen te voorkomen. Het heeft niet geholpen.

Wordt vervolgd

Eén gedachte over “Dordrecht en de gewetensvrijheid 6”

  1. Geweldig, of ik weer op school zit, was alweer een hoop vergeten maar door deze site komt het weer allemaal boven… en nog meer dat ik nog niet wist. Bedankt!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.