Leven met de middeleeuwen 11

Alles viel op zijn plaats toen ik door mijn vriend Kees Nieuwenhuijsen naar voren werd geschoven om het vervolg op zijn Strijd om West-Frisia (2016) te schrijven en de uitgever merkte dat dat wel een goed idee was. De dageraad van Holland (2018) over de geschiedenis van de Hollandse graven tussen 1100 en 1300 was het resultaat. Omniboek brengt geschiedenisboeken uit die én betaalbaar én leesbaar zijn voor de geïnteresseerde leek, maar die wel op een hoog wetenschappelijk niveau staan. Dat had ik al aan de boeken van Luit van der Tuuk gezien, die over de vroege middeleeuwen schrijft, en die ik daarom ook al zeer lovend had besproken.

Bij mij zouden het eveneens geen droge opsomming van gebeurtenissen worden, maar ook geen romantische verhalen of fabels. Wat bekend is uit de bronnen wordt beschreven, geïnterpreteerd en verduidelijkt met illustraties uit de tijd zelf. Dus niet met 16e en 17e eeuwse gravures vol anachronismen of 18e en 19e eeuwse historieprenten of –schilderijen die voor geen meter kloppen, omdat beeldredacties lui zijn en de meeste historici niet weten waar ze originele afbeeldingen moeten vinden. Inclusief de geschiedenis van steden die dankzij of ondanks die graven zijn ontstaan met de, gereconstrueerde, plattegronden van hoe die er in de 13e eeuw uitzagen. Niet elke auteur kan kaarten tekenen, maar ik toevallig wel. Dus hoefde er geen dure kaartenmaker ingehuurd te worden.

Koning Willem II op een grafmonument uit ca. 1250 in Mainz.

Er staan dus geen gefantaseerde portretten in, maar de zegels die de mannen en vrouwen zelf laten zien en die ze zelf aan oorkonden hebben gehangen. In Dageraad staat trouwens wel het gebeeldhouwde portret van graaf-koning Willem II dat tijdens zijn leven is gemaakt. Verder heb ik op archeologisch en bouwkundig onderzoek gebaseerd reconstructies gebruikt of plaatste foto’s van gebouwen die met hen in verband worden gebracht.

Ik wilde in de tekst ook niet te veel speculeren over zaken die toch niet meer te onderzoeken zijn, maar de gaten ook niet opvullen met fantasie en romantische onzin. Zo hoort het namelijk als je een historische studie schrijft: het is geen  roman. Dat het werkt merkte ik aan de reacties, de recensies en en feit dat het boek uitverkocht is. Vanwege de coronacrisis heeft men de tweede druk helaas uit moeten stellen.

Maar niet getreurd: mijn nieuwe boek, De oudste stad van Holland, is volgens dezelfde principes geschreven en geïllustreerd. Omdat het een middeleeuwse stadsgeschiedenis is kwam deze wijze van werken nog beter van pas. Voor de geïnteresseerden: het gaat om te beginnen over het falsum van 1064 en de oudste vermelding van Dordrecht uit ca 1120, waar veel fabels over worden verteld. Ook zijn uit Thuredrith. Nieuw licht op het ontstaan van Dordrecht (deelt 36 van de lokale serie Verhalen van Dordrecht, 2018) van Gerrit Jan Schiereck, Marc Dorst en mij, de nieuwste ideeën over de loop van de rivieren rond Dordrecht opgenomen. Maar ook de traditionele bronnen komen aan de orde: zulke perkamente documenten als het bewaard gebleven, maar tot voor kort verkeerd begrepen privilege van 1200. Of de kartonnen kokers met de volkomen unieke, in het middelnederlands geschreven, stadsrekeningen van 1283-87: de oudste van Nederland. Het controversiële stapelrecht van 1299 komt voorbij en waarom dat helemaal niet zo nieuw was als altijd wordt beweerd. Al werd het op den duur een bron van irritatie voor de andere Hollandse steden.

Grootzegel van graaf Willem IV, na wiens dood de Hoekse en Kabeljauwse twisten begonnen.

Ook zaken die in de reguliere stadsgeschiedenissen van de stad wel worden genoemd, maar die door Dordtenaren volkomen vergeten zijn komen aan de orde. Zoals de belegering van 1304 door de hertog van Brabant en het interdict of het verbod op alle kerkelijke diensten in de stad van 1352-56, dat een gevolg was van een paar moorden op het kerkhof als gevolg van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De gilden en de keur- en klepboeken getuigen van de onrust en het geweld van die jaren, vooral rond 1400. En van de gevolgen ervan voor de welvaart. Ik heb het naar het einde toe ook over de overstromingen, die vanaf 30 jaar vóór de Elisabethsvloed het land rondom Dordrecht al teisterden. Tot eindelijk de grote klappen kwamen en er geen geld en animo meer was om de dijken te dichten.

Gebied van het latere Statenplein ca. 1250. Reconstructie door Nipides Bouwhistorie & Visualisaties (2014).

Collega’s en vrienden hebben net als bij Dageraad ook weer hun aandeel in dit boek gehad. Archeoloog Marc Dorst en ik konden aan de hand van de opgravingsresultaten in de binnenstad een veel beter kloppend setje plattegronden van Dordrecht tussen 1200 en 1300 reconstrueren. Ik heb daarvoor ruim 150 van die rapporten doorgewerkt en er een lijn in kunnen ontdekken, iets waar de archeologen maar niet aan toe kwamen. De door Jeroen Nipius gemaakte reconstructies van landschappen en gebouwen die hier opgegraven zijn en die tot nu alleen in die archeologische rapporten waren te zien zijn hier met toestemming van de archeologen voor een groot publiek beschikbaar gekomen. Met hulp van Dr. Eef Dijkhof kon er een intrigerend artikel over de vier achtereenvolgende Dordtse stadsrechten geschreven worden. En Per Bos heeft speciaal voor dit boek een prachtige 3D weergave van de Vlaamse Hal van 1390 gecreëerd. Ook een still uit zijn en mijn zoon Laurens gemaakt filmpje van de Dordtse oude haven uit 1250 (gemaakt voor een rapport ivm 800 jaar Dordts stadsrecht uit 2011) en een vogelvluchtplaat van Dordrecht na de Elisabethsvloed door Per zijn in het boek opgenomen. En als uniek extra heb ikzelf tekeningen gemaakt van hoe de Dordtenaren tussen 1000 en 1421 gekleed gingen en hoe graaf Willem I en keizerin Maria er in 1220 uitgezien kunnen hebben.

Zegel van graaf Jan van Beieren (1418) met de griffioenen die later het Dordtse wapen zouden sieren.

Omdat er ook van de graven van na 1300 geen betrouwbare portretten bestaan, op de laatste na (Jacoba van Beieren en Jan van Brabant), heb ik hun zegels gepubliceerd. Ook die van Jacoba en van haar oom Jan van Beieren trouwens… Ze zijn voorzien van prachtig gesneden wapenschilden en randschriften en allemaal afkomstig uit ons onvolprezen regionaal archief. Op die instelling doe je trouwens nooit vergeefs een beroep.

Wat ook een verschil is met de gemiddelde dikke en dure stadsgeschiedenissen in Nederland is de duidelijke plattegrond van de (binnen)stad waar het over gaat. De schrijvers van de standaardwerken op dat gebied (en ik heb de meeste hier in de kast staan) denken waarschijnlijk dat de lezers van hun prachtwerken (en dat zijn het echt wel) blindelings alle straten die zij opnoemen wel kunnen vinden. Men vergeet daarbij dat zelfs bewoners van zo’n binnenstad dat lang niet allemaal weten, laat staan zij die in de buitenwijken wonen. Meestal staan er alleen een paar kleine reconstructie-plattegronden in zo’n pil en dan zonder de meeste straatnamen, want daar is geen plek voor. Of de kaarten van Van Deventer uit de 16e eeuw, die helemaal geen straatnamen hebben. Dan moet je als vreemdeling in de stad, of zelfs als bewoner, de papieren Falkplan erbij nemen of Google maps op je mobiel of tablet ernaast houden. Ik heb de door mij bewerkte plattegrond van Dordrecht uit 1923 voorin over twee pagina’s (6 en 7) laten zetten. Die bevatte namelijk nog alle straten en stegen van vóór de grote sanering in de jaren ’60. Ik heb daarbij alles wat in de middeleeuwen vóór 1421 nog niet bestond wit gelaten, maar wel de contouren van later bebouwde eilanden en aangelegde havens aangegeven. Handig dus.

omslag ngd
Omslag van Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (1996).

Mijn stadsgeschiedenis ziet er niet uit zoals andere. Hij is dunner en kleiner van formaat (en daardoor goedkoper) maar bevat wel een notenapparaat en een literatuuropgave voor verdere studie. Vooral de verwijzingen naar de opgravingsrapporten van de eigen stedelijke archeologische dienst zijn voor de belangstellenden zeer nuttig en interessant. Ze zijn allemaal op internet te vinden. Ook staan er registers achterin om het zoeken naar persoonsnamen en topografische namen te vergemakkelijken. Aan alle wetenschappelijke voorwaarden is dus voldaan. Daarnaast verwijs ik lezers regelmatig door naar de laatst verschenen en alleen nog antiquarisch te krijgen Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 uit 1996, want daarin wordt, thematisch zowel als chronologisch, de geschiedenis verder uitgediept. Wel is dat boek op sommige punten inmiddels verouderd. Het belangrijkste is echter dat geïnteresseerde leken in mijn boek in ieder geval voor niet te veel geld de laatste resultaten van het historisch onderzoek naar middeleeuws Dordrecht tot zich kunnen nemen, zonder zich door jargon te hoeven worstelen,.

Het belangrijkste is echter dat we ons nu, gebaseerd op wat ik in 2016 in mijn blog schreef, en inclusief de bijdrage van Eef Dijkhof, kunnen presenteren als de oudste stad van Holland. In Geertruidenberg kunnen ze er nu, met al ons bewijs, niet meer onderuit dat zij dat niet zijn.

De Wapentuers van Dordrecht (ca 1300) in Archeon, 2005.

Kortom: dit boek is, met het vorige, het tast- en leesbare resultaat van hoe ik het grootste deel van mijn leven, zo’n 62 jaar, met de middeleeuwen heb geleefd, geleerd en genoten. Met hulp van familie (met name mijn vrouw), veel vrienden en collega’s en zeker die van mijn docenten in Leiden en die andere mensen die me de meest verschillende zaken hebben laten zien en enthousiast over hebben onderwezen en voorgelicht. Dank aan allen. Zonder jullie was het me niet gelukt. Alle lezers van deze serie blogs weten nu waar het allemaal vandaan kwam, hoe dat me gevormd heeft en waarom het zo’n resultaat heeft gehad. Wondertjes, toeval, studie en veel, heel veel lezen, maar ook veel praktijkervaring hebben me gemaakt tot wat ik ben: een middeleeuwenliefhebber en -uitlegger. Die graag zijn kennis wilde delen en anderen voor deze wonderlijk interessante periode geïnteresseerd wilde krijgen.

Geen vervolg…

Dordrecht 800 (3)

Hebt u me gemist? Bijna drie maanden heb ik geen nieuw blog geschreven, maar u weet me in ieder geval nog steeds te vinden. Ik mag namelijk niet klagen over het aantal lezers en bezoekers dat ondanks dat er op apud thuredrech komt. Niet dat er intussen niks gebeurd is. Ook het feest Dordrecht 800, waarvan ik u op de hoogte zou houden, gaat gewoon door. Al zijn er de laatste dagen wel wat evenementen afgelast vanwege de u allen bekende oorzaak. Er zijn tussen de ontwikkelingen door zelfs wat lichtpuntjes te bespeuren, waarover ik u hieronder zal proberen bij te praten.

Maar eerst: wat was de oorzaak van mijn afwezigheid? Simpel, ik heb weer een boek geschreven. Terwijl ik dit schrijf liggen het na drie correctierondes goedgekeurde manuscript en vele mb’s aan beeldmateriaal sinds enkele dagen bij de uitgever en zal de vormgever er binnenkort mee aan de slag gaan. Dat is dezelfde persoon die mijn vorige boek, De dageraad van Holland, heeft ge-layout en daar ben ik zeer blij mee, want dat heeft hij zeer goed gedaan. Ik verklap de titel nog niet, maar wel dat het boek is ontstaan omdat de uitgever me begin augustus vorig jaar mailde dat er in dit eigenste blog misschien wel een boek(je) zat. Toen hij hoorde dat het in 2020 groot feest in Dordrecht zou zijn vanwege 800 jaar stadsrecht, werd hij echt enthousiast. En toen hij ook nog hoorde dat ik bij de cursus Dordtologie al sinds 2015 in de eerste les het ontstaan van Dordrecht sinds ca 1000 tot  de Elisabethsvloed van 1421 behandel wist hij genoeg. U zult begrijpen dat het over Dordrecht gaat. En over de middeleeuwen. Houd deze plaats dus in de gaten als u meer wilt weten over mijn volgende boek.

Hoe staat het ervoor met de Dordtse feestelijkheden? U wist al dat ik niet naar de aftrap op 5 februari ben geweest. Ik had dat al elders ook aangekondigd en zelfs de pers was al van mijn kritiek op de voorbereiding op de hoogte. En ik was niet de enige, kijk hier en hier maar. Al was Jan Janssen niet zozeer met de historie als met de politiek en het geld bezig.

Ad van den Herik voor schouwburg Kunstmin terwijl hij vertelt dat hij er niet in mag.

Ook de feestelijke ‘aftrap’ ontkwam niet aan kritiek. Weer alleen voor genodigden, dus een elite-feestje wat weer de nodige opmerkingen als ‘wat heeft dat weer gekost’ opleverde. Je kon erop wachten. Op de avond zelf was de lokale pers in de vorm van RTV Dordrecht niet welkom, maar Ad van den Herik ging gewoon toch naar binnen om mensen (tot aan de burgemeester toe) te interviewen en Fokko van der Straaten filmde het.

800 schapen besteedde aandacht aan carnaval.

Inmiddels stroomde de agenda vol, tot hij wel 35 internetpagina’s met elk 9 items telde. Meer dan 300 activiteiten over de rest van het jaar dus. Nou ja, daar viel wel wat op af te dingen. 52 ervan betroffen het wekelijkse vlog 800 schapen, een soort jaren-vijftig-achtig praatje met ‘komisch’ doende presentatoren met handpoppen, waar ze mee communiceerden en die dan terugpraatten in de nauwelijks verborgen stemmen van diezelfde dame en heer. En dat omlijst door kleurige, wat amateuristisch aandoende tekeningen. Zo had televisie er toen dus in kleur uit kunnen zien.

Gezicht op Dordrecht door Cuyp.

Nadat de expo van en over Aelbert Cuyp was aangekondigd – op 27 september zal hij worden geopend –  werden er ruim 90 dagen gevuld met het plaatje van één van zijn schilderijen. En dat op een bijzonder stroperige website waarin je minuten op het wisselen van een pagina moest wachten. Gelukkig werd ergens eind februari de agenda tot 16 pagina’s teruggebracht en kwamen de diverse evenementen alleen maar op de  dag van de (eerste) uitvoering voorbij. Behalve 800 schapen, de VVV wandelingen, de bezoeken aan de molen Kyck over den Dyck en diverse andere wekelijks terugkerende activiteiten. Bovendien is de website een stuk sneller geworden, wat de bruikbaarheid ervan flink ten goede komt. Alle subsidieaanvragen moesten op 1 maart binnen zijn en dus zijn al die pagina’s die daarover gingen geschrapt. Wat ook weer scheelde.

De prins op de (uit Limburg geleende) wagen.

Inmiddels zijn er al enkele evenementen in het kader van Dordrecht 800 gepasseerd. Zoals carnaval. Er was door de gezamenlijke prinsen (we hebben hier drie verenigingen die elk hun eigen prins en gevolg hebben, maar ook een overkoepelende, een soort carnavals PKN) groots aangekondigd dat het jubileum het thema van de jaarlijkse optocht zou vormen. “Het motto van het Dordtse carnaval is dit jaar ‘In Ooi- en Ramsgat gaan we tot 800 jaar terug in de tijd’. Dat woordje ‘tot’ is heel bewust gedaan. De deelnemers mogen zelf bepalen hoe ver ze precies terug gaan in de tijd. Achthonderd jaar, driehonderd jaar, of zelfs één jaar.’’ Het was er niet aan af te zien al waren er een wagen en een groep die wat historische gebeurtenissen en personen lieten zien, Willem en Maria heb ik er niet in kunnen ontdekken.

Helaas kwam er ook een pagina bij: de historische tijdlijn. Die liet weer eens duidelijk blijken dat de vroege geschiedenis van Dordrecht niet echt leeft of zelfs maar bekend is bij, in ieder geval, de de makers van de website. Ik had geen zin, tijd of puf weer een middag aan het verbeteren te gaan en de samenstellers op hun vingers te tikken. Dat komt nog wel als mijn boek uit is. Dan kan iedereen eindelijk, voor een zacht prijsje, te weten komen hoe het hier nou eigenlijk echt in elkaar zat tussen 1000 en 1421. Nog een paar maanden wachten…

Huwelijk keizer Otto IV en Maria van Leuven in 1214 en hoe de midden 15e eeuwer dat zag.

Hoe het zit met de historische invulling van de feest gedurende de rest van het jaar is de vraag. Ik zie bij de talentenjacht voor 60-plussers, muziekvoorstellingen, kunstuitingen, kinderparties en calisthenics in de wijken, rondleidingen en -vaarten en crossings, theaterstukken over de bevrijding (75 jaar geleden) en slavernij, sportdagen en aandacht voor de ouderen geen enkel verband met de aanleiding van Dordrecht 800. Alleen vindt er op 1 april op het Statenplein middenin de binnenstad “een drietal activiteiten plaats die passen in de tijd van Maria van Leuven”. Een actrice “in de kleding van die tijd in een prachtige middeleeuwse tent” vertelt over het ontstaan van Dordrecht, ridder Wilg laat in een “nagebouwd riddertoernooi” jongeren voor zo’n toernooi trainen en je krijgt ook nog de mogelijkheid om onder leiding van een illustrator middeleeuws te schrijven en letters te versieren. Het wordt georganiseerd door MiEB (Middeleeuwse Educatie door Beleving) een nog geheel onbekende club die (nog) geen sporen op internet heeft achtergelaten, maar die waarschijnlijk niet uit Dordrecht komt. In de agenda wordt dit project geïllustreerd met een plaat uit de Brabantsche Yeesten (gebeurtenissen) uit ca 1440-50 (zie hierboven), die het sluiten van het eerste huwelijk van Maria van Leuven met keizer Otto IV in 1214 laat zien en niet dat met Willem I in 1220. Meer dan 200 jaar later geschilderd dus: zo zag het er in de vroege 13e eeuw natuurlijk niet uit. Dat is een wel een foutje dat voorkomen had kunnen worden. De man heeft notabene zijn keizerskroon op.

Intussen heb ik het idee dat dit voor kinderen bedoelde evenement niet echt op een hoog educatief niveau ligt, al kan het eraan meedoen natuurlijk best leuk zijn en aanslaan bij de jeugd. Als het coronavirus dan tenminste is uitgewoed. Er gaat al genoeg niet door deze weken. Ik moet het dus allemaal nog zien…