Mijn boek

Interview door Thijs Blom voor RTV Rijnmond op de Pottenkade bij de Grote Kerk.

Ik heb even gewacht tot de eerste recensies binnen waren voor ik in mijn blog aandacht ging besteden aan het boek dat ik geschreven heb: De dageraad van Holland. De geschiedenis van het graafschap 1100-1300. Het is op 16 oktober 2018 verschenen bij uitgeverij Omniboek in Utrecht. De volgende dag is het in de Dordtse boekhandel Vos en Van der Leer gepresenteerd aan cultuurwethouder Piet Sleeking onder grote belangstelling van familie, vrienden en lokale cultuurdragers. Daar waren al interviews aan vooraf gegaan op de lokale radio Studio De Witt, RTV Dordrecht en Radio Rijnmond, plus de Drechtstedenbijlage van het Algemeen Dagblad.

Presentatie bij Vos en Van der Leer.

De week erna heb ik er een lezing over gegeven in Archeon voor een publiek van de vrienden van dat archeologische park. Daar waren nogal wat oud-collega’s onder die ik jaren niet had gezien. Weer een week later hebben we de presentatie nog eens spectaculair overgedaan in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Ik heb er een goed ontvangen lezing gegeven en werd bijgestaan door graaf Floris V zelf en heer Wolfert van Borselen in volle wapenrusting. Ook hier een goed gevulde binnenplaats van het museum en ik staande voor de Egyptische tempel, geflankeerd door reclamebanners voor mijn boek. Het was een hele belevenis.

De auteur tussen graaf Floris V en Wolfert van Borselen in het RMO.

Op alle evenementen werd het boek goed verkocht en heb ik er veel gesigneerd. De uitgevers waren er duidelijk door verrast en voorspelden een voorspoedig verloop van de verkoop van de eerste druk. De eerste berichten van de lezers in mijn omgeving zijn stuk voor stuk gunstig: “het leest prettig, goed geschreven en interessant”, “in alle opzichten, zeer geslaagde boek”, ”het leest als een trein. En de tabelletjes achterin zijn om van te smullen”, “fijn boek, rustig van opbouw, heel informatief”, “de Loonse Oorlog! (Geweldig verhaal)”, “een informatief, boeiend en uitermate leesbaar boek”.

Nu, 5 weken na het verschijnen, is die al bijna voor de helft op. Het is nu wachten op de recensies in kranten en andere papieren media. Op internet zijn ze altijd wat sneller en de eerste blogs en boekbesprekingen zijn binnen. Ik was vooral blij met die van Jona Lendering, een historicus die als specialisatie de klassieke oudheid heeft, maar die graag ook daarbuiten leest. Hij schreef een uitermate lovende recensie op het geschiedenissite Historiek. Op mijn leeftijd bloos je niet zo makkelijk meer, maar ik zat er dicht tegenaan.

Hij schrijft o.a.:

Ik bleef achter met de indruk dat het boek in elk geval buitengewoon compleet is. Daarnaast is het fijn geschreven. Het hoofdstuk over de Loonse Oorlog vond ik heel boeiend en de beschrijving van de moord op Floris V was de prachtige ontknoping.

En:

Jona Lendering. Foto: Frank Ruiter.

Als ik slechts één aspect van De dageraad van Holland mocht prijzen, dan was het dat het beeldmateriaal gewoon stamt uit de beschreven periode en dat het de tekst verheldert. Gelukkig hoef ik me bij mijn lof niet tot één aspect te beperken: dit is over de gehele linie gewoon een goed vormgegeven, didactisch goed opgebouwd en vooral boeiend boek dat ik u van harte kan aanbevelen.

Nou, daar werd ik wel even stil van…

Hij werd direct gevolgd door een zeer positieve beoordeling van mijn penvriend Jan van Aken, die met zijn De Ommegang  vorige maand net de F. Bordewijkprijs won.

Hij is voor een volgend boek bezig om gegevens uit ‘mijn’ periode te verzamelen en las mijn boek ook als bron. Hij schreef o.a.

Jan van Aken. Foto: Koos Breukel.

Ik vond het een heel goed boek. Het is helder geschreven en geeft de – best ingewikkelde – gebeurtenissen goed weer. Wat het voor mij heel bruikbaar maakt is dat je veel context geeft, en veel gegevens die andere schrijvers laten liggen. Het ontstaan van de steden, het winnen van land, de toernooien en de martiale uitrusting, Ik vond de kaders aanvankelijk wat schools aandoen, maar het is een goede keuze, want het maakt alles duidelijker, zonder het grote verhaal in de wielen te rijden.

Bovendien schreef collega-historicus en Dordtenaar Kees Klok in zijn blog lovende woorden over mijn boek. Hij concludeert zelfs:

Kees Klok. Foto: Victor van Breukelen.

De dageraad van Holland zal voor vele jaren, vermoed ik, het standaardwerk worden voor de ontstaansgeschiedenis van Holland.

Als dat eens waar zou kunnen worden!

Kortom: je zal mij niet horen mopperen over de ontvangst van mijn boek De dageraad van Holland. En dan te bedenken dat je voor slechts € 25 niet minder dan 416 pagina’s met 13 hoofdstukken aan tekst plus noten, literatuur, tabellen en registers krijgt. En dat die rijk voorzien zijn van illustraties uit de periode tussen 1100 en 1300 zelf, inclusief een kleurenkatern van 16 pagina’s met unieke foto’s van door de graven zelf geziene en gebruikte voorwerpen als zegels, oorkonden, beeldhouwwerk en miniaturen. Dus geen enkele 16e of 17e eeuwse gravure, 19e eeuwse historieprent of 20e eeuwse schoolplaat te zien. Bovendien is er een pagina met de familiewapens van Hollandse, Zeeuwse, Utrechtse en Brabantse edelen in kleur en in 13e eeuwse vormgeving en niet in lelijke barokke of, nog erger, amateuristisch moderne tekenstijlen. Wat eveneens uniek is zijn de 14 plattegronden van Hollandse en Zeeuwse steden (en Aken!) zoals die er in de tweede helft van de 13e eeuw uitzagen. Dat is nog in geen enkel boek over deze periode en deze regio gebeurd.

Wat let u dus om voor uw historisch geïnteresseerde pa of moe, neef of nicht, zoon of dochter, of gewoon voor u zelf dit boek voor Sinterklaas in uw of hun schoen te vragen. Het is bij elke boekhandel te bestellen (en in Dordrecht op voorraad) en uiteraard bij Bol, Bruna en al die andere internetwinkels verkrijgbaar. Gratis verzonden…

Ik sluit graag af met wat Jona in een mail tegen me zei: “Hopelijk schrijf je snel weer een boek. Dit was verdomd goed.” We zullen zien…

Historisch toerisme

Zolang ik me kan herinneren heb ik op vakantie historische locaties bezocht. Eerst in Nederland met mijn ouders en zus, later ook in het buitenland, maar dan alleen of met gezin. Mijn historische belangstelling en kennis zorgden er door de jaren heen steeds beter voor dat ik wat ik zag in context kon plaatsen en erover kon vertellen tegen mijn reisgenoten. Ik vraag me wel eens af hoe mensen die die belangstelling en kennis moeten ontberen lol beleven aan zo’n historische locatie. Dat zijn dan meestal oude dorpen of stadskernen, met eventuele historische musea, kastelen of de ruïnes ervan en andere erfgoederen. Als je die inmiddels door de moderne tijd aangetaste locaties niet kunt begrijpen omdat datgene wat je op school aan geschiedenis hebt geleerd of wat je uit de populaire media kent je daar bepaald niet bij helpt dan mis je toch wat? Ik vraag me dat regelmatig af als ik naar mijn medebezoekers kijk en hun opmerkingen hoor.

Historisch erfgoed is natuurlijk al lang een aanvaard begrip, zeker in Nederland. Ik moet ook zeggen dat de diverse instellingen dikwijls hun geschiedenis adequaat presenteren in goed vormgegeven tentoonstellingen en begrijpelijke informatie, maar als er, zoals in Dordrecht, het één en ander mankeert aan de betrouwbaarheid van de informatie dan sla je toch een paar planken mis. Zonder dat de gemiddelde toerist dat merkt uiteraard, want waaraan zou hij/zij dat kunnen controleren. Gevolg: het gebodene wordt voor zoete koek aangenomen en de toerist wordt bedot, zoals de journalist van Trouw uit mijn vorig blog. Ik heb ook geleerd dat die foute kennis, zeker als hij overtuigend wordt gebracht, heel gemakkelijk wordt doorgegeven aan vrienden en familie en zich dus als een lopend vuurtje verspreidt. Met alle gevolgen van dien.

Een andere toeristentrekker is het historische evenement, dat niet zelden in een erfgoedlocatie plaatsvindt. En daar bedoel ik ook historische dorpskernen of stadscentra mee. In het verleden was zo’n evenement dikwijls vooral gekoppeld aan een stads- of dorpsjubileum, maar tegenwoordig kan het gewoon een jaarlijks (of tweejaarlijks) terugkerend festival zijn dat al of niet een commerciële opzet heeft. Het is meestal gratis toegankelijk, maar als het maar genoeg bezoek aantrekt is het in ieder geval goed voor de lokale middenstand en dan met name de horeca. Er bestaan ook door commerciële organisatoren opgezette festivals waar je entree moet betalen en ter plekke van een niet goedkoop natje en droogje kunt worden voorzien. Dat is dus minder nuttig voor de horeca.

Sinds de jaren negentig worden dergelijke evenementen dikwijls voor een deel bevolkt door mensen die aan levende geschiedenis of re-enactment doen. Zelf ben ik daar via ons historisch adviesbureau tScapreel jaren bij betrokken geweest, tot ik er in 2011 een punt achter heb gezet. De bedoeling was oorspronkelijk om bezoekers via het tonen van kleding, ambachten en entertainment een beeld te geven van de periode van het gevierde jubileum of de gebeurtenis die herdacht werd. Dat vergde van de mensen die daarvoor ingezet werden aanvankelijk een behoorlijke inzet en kosten. De Scaprelers brachten een achtergrond van opleiding en werkervaring bij Archeon of het lidmaatschap van Die Landen van Herwaerts Over mee en wisten waar ze het over hadden. In de jaren tussen 1996 en 2011 hebben we nooit anders dan complimenten van organisatoren ontvangen. Evenals van de toeristen die ons zagen en spraken.

Helaas werd de kwaliteit van genoemde evenementen door de loop van de tijd steeds minder. Ook vanwege de bankencrisis was er op den duur steeds minder geld voor subsidies en lieten sponsors het afweten. Als zo’n festival dan toch doorging zocht men liever naar goedkopere vervanging van onze tamelijk dure Scaprelers. Of men zette publiekstrekkers in die niet echt binnen de historische periode pasten maar die wel geld in het laatje brachten. Toen dat in 2011 gebeurde tijdens het Gebroeders Van Limburgfestival in Nijmegen, nadat ik het al een paar jaar had zien afglijden, heb ik het bijltje er definitief bij neergegooid.

Ik denk nog steeds dat levende geschiedenis en re-enactment perfecte middelen zijn om de gemiddelde toerist een beeld te geven van een stuk geschiedenis. Hij/zij krijgt dat nergens anders door. Maar dan moet het wel goed gebeuren, want anders ben je net zo fout bezig als bij het vervalsen van je verleden in je historische museum. De toerist is dan weer de dupe, want die kan niet (voldoende) controleren of het echt zo was. Bovendien nemen vele historische evenementen het verleden ook op andere manieren niet serieus meer.  Ze zien geen onderscheid tussen geschiedenis en fantasy, waarbij gerust draken, elfjes en heksen tussen ridders en bedelaars het beeld vervormen. Of steampunk. Of diverse soorten kelten.

Er zijn ook erfgoedinstellingen genoeg die dergelijke mixen in hun programma opnemen, niet inziende dat het een hellend vlak is. Straks gaan toeristen nog denken dat er echt heksen bestonden (als ze dat al niet denken)  of dat in de middeleeuwen muziek ook al electronisch versterkt werd. De door films, tv series (zoals Game of Thrones), strips en games verspreide alternatieve middeleeuwen worden echt al jaren door elkaar gehaald; ik hoor en zie het overal om me heen. Ik zie ook nog geen verbetering optreden. Sterker nog: ik zie een verslechtering om zich heen grijpen. Re-enactmentgroepen en ‘historische’ handelaars worden steeds minder authentiek. Of oorspronkelijk om één jaartal draaiende feesten worden overspoeld door acts die je jaren, soms eeuwen, vroeger of later moet situeren. Bovendien zien lokale marketingbureaus (ook van gemeenten zelf…) er geen been in de geschiedenis te manipuleren om maar volk te trekken.

Ik vind dat verontrustend. Ik ben al een jaar bezig om Dordrecht te wijzen op de foute aannames die men rondom de zogenaamde eerste vrije statenvergadering doet, maar men luistert niet en gaat ijzerenheinig door. Zelfs in het tweejaarlijkse Dordt in Stoom festival, dat altijd een oase van verantwoorde nostalgie was, zijn al dieselmotoren gesignaleerd en op elektriciteit lopende kermisattracties. Wat is dat toch? Wordt daar wel eens onderzoek naar gedaan. Ik heb ik de tijd dat ik met dit soort werk bezig was, diverse kleine en leuk begonnen evenementen  zien uitgroeien tot enorme publiekstrekkers en vervolgens zien afglijden naar anachronistische schaduwen van zichzelf en vervolgens zien verdwijnen. Is dat een natuurlijk proces? Is een periode van 5 à 10 jaar een natuurlijke levensspanne voor zo’n festival en moet er dan wat anders komen? Waren de late jaren negentig en de vroege jaren nul een hoogtepunt voor historische feesten en zitten we nu in een dal voor er een nieuwe opleving komt? Ik weet het niet.

Ik heb soms oubollige oudheidskamers zien opbloeien tot volwaardige en leuke musea. Ik heb gedreven amateurs daar prachtige exposities over het verleden van hun dorp of stad zien maken, maar nu zie ik afgestudeerde conservatoren en andere museummedewerkers pretentieuze tentoonstellingen met speurtochten en multimedia presentaties neerzetten die er esthetisch prima uitzien, maar waar historisch weinig van klopt.  Mensen die de recensies van deze flops op mijn andere blog hebben gelezen kennen mijn mening daarover. Gaat dat nog verbeteren? Of moet de toch al van weinig historisch besef of kennis voorziene toerist het zelf maar uitzoeken? Ik houd mijn hart vast.