Ik heb de commissie Kennedy voorgesteld het anders te gaan doen met de vensters over de middeleeuwen (500-1500). Ik heb mijn verlangens voor een nieuw type Canon uitgesproken in vier punten:
- Ik wil pleiten voor het nadenken over de huidige inhoud van de vensters en methoden over de middeleeuwen en of die eigenlijk wel relevant is voor wat kinderen moeten weten over de invloed van die periode op hun eigen leefomgeving. Hoe de ontginningen het hen bekende landschap vormden (en niet alleen in Holland en Zeeland), de middeleeuwse handel het uiterlijk van hun steden en dorpen bepaalde en de invloed van de buitenlandse vorsten onze kunst en cultuur vorm gaf.
- Ik wil ook pleiten om de informatie over een stuk maatschappelijke ontwikkeling niet meer af te laten hangen van een aansprekende naam. Ik geloof namelijk niet in het belang van historische ‘helden’ voor het denken van nu en het zijn van een voorbeeld voor een moderne mens: we leven niet meer in de 19e eeuw waarin men om een wij-gevoel te kweken nationale helden meende nodig te hebben.
- Ik wil ook graag dat wat er over de middeleeuwen verteld wordt klopt met de laatste onderzoeksresultaten en literatuur over deze periode, in plaats van het herhalen van achterhaalde informatie, die alleen maar weer meer voeding geven aan door de media gretig uitgedragen clichés en vooroordelen.
- Ik zou ook willen dat de archeologie en diverse andere disciplines, die als hulpwetenschappen voor de geschiedenis fungeren, in dit deel van de Canon meer aan bod komen.

Ik wilde ook dat er anders gedacht gaat worden over middeleeuwse illustraties. De plaatjes die in de Canonclips werden en worden gebruikt dateren meestal uit veel later eeuwen. Dat is helaas nogal gebruikelijk bij het illustreren van middeleeuwse geschiedenis. Zo werden bij Floris in de tijd dat hij nog in de Canon stond bijvoorbeeld de zeventiende-eeuwse verzonnen gravenportretten en verouderde schoolplaten gebruikt. Natuurlijk zijn er geen echte portretten van die graaf; die maakten ze in die tijd nog niet (behalve misschien in grafbeelden, maar daar zijn er weinig van bewaard gebleven). Het is echter een kleine moeite een andere mooie afbeelding uit zijn tijd te vinden; zijn ruiterzegel bijvoorbeeld, daar staat hij tenminste zelf op afgebeeld. Men gaat er nog teveel van uit dat er weinig materiaal is van voor 1500, dus men gebruikt de al jaren overal voorkomende standaard-plaatjes zonder wat verder te zoeken. Ik heb in mijn boek over de graven van Holland tussen 1100 en 1300 aangetoond dat er illustraties uit de regeringsperiode van elk van die graven te vinden is en dat die een veel beter beeld van de tijd geven dan de meestal anachronistische platen uit later tijd.
Ik vind ook dat moderne illustratoren, als ze reconstructies gaan tekenen van middeleeuwse gebeurtenissen en plaatsen, betere voorlichting moeten krijgen over hoe het er in een bepaalde periode uitzag. Daar is tegenwoordig voldoende kennis over aanwezig, zodat de mixen van anachronismen zoals die nu in hun platen te zien zijn, voorkomen kunnen worden. Het gaat niet aan om 13e eeuwse krijgslieden op een 14e eeuwse kogge te tekenen, bij wie 16e eeuwse rapieren aan hun zijde hangen terwijl het een 15e eeuwse situatie voorstelt (zie de eerste illustratie bij het Hanze venster) als bekend is hoe het er wel uitzag.

Ik ga het maar niet over de filmpjes hebben, want die zijn te treurig voor woorden. Alleen de met hulp van tScapreel geacteerde Teleac/Schooltv filmpjes bij Floris V zijn maar historische correct, de rest in het geheel niet. Al is er nog tijdens de opnamen, ondanks mijn tegenwerpingen, wel gesjoemeld met de gang van zaken bij de doodslag van 1296.
Mijn voorstel is om voor de vijf vensters (als het er dan vijf moeten zijn) ter zake doende onderwerpen te kiezen, die én de situatie in de tijd correct beschrijven en weergeven én waarmee je een link kunt leggen naar nu zonder gedwongen te worden allerlei modieuze zijpaden in te gaan. Ik geef hieronder die onderwerpen aan. Wat mij betreft mogen ze ook ook pakkende korte titels krijgen, als het maar geen naam is van een middeleeuwse ‘held’ want die stonden echt niet model voor de betekenis van die onderwerpen.
- Kerstening
Verspreiding van het Christendom onder Frankisch beheer.
Breed: De effecten van een christelijke cultuur. Kerken en kunst.
- Graven en gouwen
Bedreiging door zeerovers en ontstaan van vorstendommen.
Breed: Hoe ontstaat een land. Topografie en geografie.
- Sloten en schepen
Ontginningen en vorstensteun bij maatschappelijke ontwikkelingen.
Breed: Een nieuw landschap en de geboorte van een identiteit. Mentaliteit.
- Stad en handel
Invloedrijke steden in een internationaal handelsnetwerk.
Breed: Ons erfgoed en onze globale invloed. Wetenschap en toerisme.
- Erfenis en verovering
Opvolgingsproblemen, buitenlanders en partijstrijd.
Breed: Het ontstaan van ons politieke systeem. Centralisatie en de gevaren ervan.
Er was, volgens het rapport over de nieuwe Canon, bij de commissie Kennedy ook “een beschouwing over de plaats van de middeleeuwen in de canon” binnengekomen. Was dat mijn voorstel? Slings liet zich er niet over uit. Als dat zo was; leuk dat het even genoemd is, maar er is niets van in de nieuwe Canon terecht gekomen. Helaas. En nu maar 9 jaar wachten en hopen dat ik dan wel aan de beurt kom. Maar ik houd mijn adem niet in. En misschien is dan de Canon al wel helemaal afgeschaft en wordt er geen geschiedensles meer gegeven. Ik heb daar wel eens nachtmerries over als ik zwaar getafeld heb…

In ieder geval heeft uitgeverij Omniboek ervoor gezorgd dat belangstellenden – en waarom zouden daar geen scholieren bij zijn? – vanaf dit jaar toch te lezen kunnen krijgen hoe het nou wel zat met graaf Floris V. Ik kreeg namelijk de opdracht een nieuwe biografie van de graaf te schrijven en tegelijk het raadsel op te lossen van het enige grafmonument dat er van Floris nog bestaat. Het boek is verschenen in de serie Tastbaar Verleden van die uitgever want dat monument kan je als het ware nog aanraken. Het staat in de Grote of Sint-Laurenskerk te Alkmaar, iets dat maar weinig mensen weten. Zelfs voor Alkmaarders is het geen bekend gegeven. Ik wil echter in het geheel geen tijdperk, zoals de zogenaamde ‘Riddertijd’, aan hem ophangen. Er waren genoeg andere personen en gebeurtenissen die daar invloed op hadden. Floris was bovendien niet zo’n vechtersbaas en gebruikte waarschijnlijk liever diplomatie om zijn functie uit te oefenen. Al kon hij natuurlijk niet helemaal aan het uitoefenen van geweld ontkomen; hij was nu eenmaal een kind van zijn tijd. Ik hoop dat mijn boek een genuanceerder beeld van graaf Floris V van Holland en Zeeland, heer van Friesland (1254-1296) zal verspreiden en dat nu eindelijk eens al die fouten uit zijn levensbeschrijvingen op internet en in druk worden gehaald. De basis daarvoor ligt op 8 juni in de boekwinkel.










Ik moet echter concluderen dat ze dat niet deden en dat ik nogal teleurgesteld was. Ik behoor natuurlijk niet tot de doelgroep (groep 4-8 van de basisschool) maar het zijn wel erg voorspelbare verhaaltjes. Ze zijn ook maar kort, rond de 80 pagina’s inclusief 10-15 illustraties (waarvan een aantal paginavullend) in een tamelijk groot corps (12?) en met veel wit. Deze drie gaan allemaal over een jongen van rond 12 jaar en ze hebben allemaal wat met een doortastend meisje dat net zo oud of iets jonger is. De love interest dus, want er is veel vroeg puberaal gestuntel met gevoelens. Misschien nog spannend voor de 8-jarige, maar ik vermoed dat de 12-jarigen ze nogal kinderachtig zullen vinden. U zult begrijpen dat ze ook allemaal goed aflopen: het zieke zusje geneest dankzij een charmant en hip kruidenmeisje, de hondenknecht verliest dan wel zijn baan maar kan bij zijn vriendinnetje in de herberg gaan werken en de boerenjongen mag in de leer bij de Hanzekoopman, dicht bij diens aantrekkelijk dochter. Eind goed al goed.
De titel van het volgende boekje is De honden van graaf Floris zegt al waar het over gaat. Het is 1296 en Bastiaan is een bastaardkind. Van wie is niet bekend, maar de suggestie is dat de graaf er wat mee te maken had. Die had hem na de dood van zijn moeder, hofdame van gravin Beatrijs, de baan als hondenoppasser bezorgd en de uit de Rijmkroniek bekende windhonden zijn zijn verantwoordelijkheid. Men zal niet verbaasd zijn te lezen dat de held allerlei gekonkel van de welbekende rebellerende edelen opvangt en vanaf de zijlijn getuige is van de ontvoering en dood van de graaf. De plot is nogal gedwongen en omvat ook de dochter van de herbergier bij wie de graaf en zijn edelen logeren die zo graag wil leren paardrijden.
Het derde boekje over de boerenzoon die graag koopman wil worden blijkt te draaien om de zoon van een eerdere compagnon van de Bergenvaarder die wraak wil nemen omdat die zijn vader na fraude uit de zaak had gezet. Het hele plot is bijzonder onwaarschijnlijk en hangt van toevalligheden aan elkaar. Het feit dat het in de Deventer speelt en dat Cornelis Bruyns een koopman op Bergen in Noorwegen is zijn de enige tekenen dat het hier om het venster over de Duitse Hanze gaat. Het had net zo goed in Dordrecht, Medemblik of Zierikzee kunnen spelen.