De Zwijger als beeld in Dordt! 2

De kogel is door de kerk, het gaat er echt van komen: het ‘standbeeld’ van Willem van Oranje alias de Zwijger. Dus dat beeld waar ik eerder aandacht aan besteedde in mijn blog omdat de man dat niet heeft verdiend. Mijn donkerbruine vermoeden is bewaarheid geworden: de club van WvO bewonderaars gooit er een paar centen tegenaan en laat een beeld neerzetten ongeveer op de plek waar in bovenstaande foto Thijs Blom van RTV Rijnmond in zijn microfoon stond te praten.  U weet wel, vlak bij de vuilniszakkenshoot, voor de regenpijp met electrakastje, het eenrichtingsverkeersbord, de bordjes ‘fietsen en aanhangwagens uitgezonderd’ en het straatnaambordje Hofstraat. En voor de lappendeken van een achtermuur van de Berckepoort met die enorme muurankers. Wel voor de neo-klassieke muurlantaarn, maar regelmatig naast een stel kliko’s van de omwonenden. Niet echt een esthetisch plezierige plek met de er steeds geparkeerde fietsen tijdens marktdagen erachter, maar… moet kunnen…

Ontwerp 1 van Anne Wenzel

Ik wist ook wel dat protesteren geen zin had: Peter Schoon had al lang het besluit genomen dat het er zou komen. Daar doe je dan echt niks meer tegen. Afijn. De kunstenaars zijn bekend en hun ontwerpen zijn af en te bewonderen in het Hof. Dordtenaren mogen tot 1 juli stemmen welke ze het mooist vinden. Heel democratisch. Maar… “de stem van het publiek telt mee als één jurystem”. Dat win je dus nooit. De grootste gemene deler van de Dordtse bevolking tegen een “deskundige jury” onder leiding van Piet Sleeking; dat is doorgestoken kaart. Deskundigen op kunstgebied hebben nu eenmaal een andere smaak dan Niek en Wil uit Nieuw Krispijn of Cor en Alie uit de Wielwijk. En ik weet al welk van de vier die gaan kiezen (als ze al de weg naar het museum weten te vinden).

Ontwerp 2 van Johan Tahon

Want als afgestudeerd Academie voor Beeldende Kunsten leerling heb ik wel een beetje verstand van kunst en kijk ik door de retoriek van de vier kandidaten heen, die grif door de conservator moderne kunst van de gemeente, Gerrit Willems, werd gereproduceerd in het RTV Rijnmond filmpje.

Duitse, maar in Rotterdam werkende, Anne Wenzel (46) heeft zoals bij haar gebruikelijk van druipsteen en kaarsvet een poppetje gemaakt waar deze keer een lading stront overheen is uitgestort.  Johan Tahon (53), Belg, had er waarschijnlijk niet veel zin in en heeft een vaag gezicht gekleid en op een stapel verkreukelde dozen gezet en er een emmer gips over gegooid.

Ontwerp 3 van Pieter Mol

Pieter Laurens Mol (Breda , 71) (die vroeger gewoon Piet Mol heette) zet zo’n jaren vijftig Amerikaanse candy automaat neer op een paar treetjes; dat gaat nog voor veel verwarring zorgen als die er komt. Maar misschien was dat de bedoeling van Mol: kunstenaars ‘vervreemden’ graag. En Arie Schippers (Rotterdam, 65), de enige die echt kan tekenen en schilderen, maakte een traditioneel mannetje met een hondje.

Ontwerp 4 van Arie Schippers

Dus die wordt het als het aan de Dordtenaren zelf zou liggen. Maar dat gaat niet gebeuren, als het aan een vakjury ligt; dat weten we allemaal. Veel te traditioneel. Dus het wordt gegarandeerd het lelijkste ding, waarbij ik niet kan raden welke van de twee buitenlanders het gaat winnen. Het geintje van Mol wordt dan uiteraard veel te licht mebevonden.

Blijft het feit, zoals Herman van Duinen me vertelde, dat de Zwijger hier wel een aantal keren meer verbleef dan ik dacht, soms maanden achter elkaar. Langer dus dan ik uit oud-archivaris Jensma’s artikel kon opmaken. Hij logeerde dan in de Berckepoort (dat was zijn hof, niet het klooster dat nu zo heet) en schreef vooral in 1575 hier veel brieven. Wat hij hier toen verder deed is me niet zo duidelijk, maar in de omgeving werd nog volop oorlog gevoerd. Dordrecht kan daarom een militair hoofdkwartier geweest zijn van waaruit hij operaties leidde, maar om daar een standbeeld voor neer te zetten…

Desalniettemin heeft zijn achterkleinzoon mee geholpen bij de moord op de De Witten; niet echt een aanbeveling om je hier Oranje te herinneren. Daar vallen nog steeds heel wat Dordtenaren over, maar dat maakt geen indruk op de Dordtse cultuurbobo’s. De man verdient hier in mijn ogen geen standbeeld en die WvO appreciation society die overal zijn beeld neerplempt met (de rente van?) geërfd geld moet daar eens mee ophouden. Voor Dordrecht is het inmiddels te laat, maar alsjeblieft: niet meer!

Ik ga nog even in het echie kijken naar die ontwerpen, maar ik verwacht niet dat ik mijn recensie van de ‘beelden’ bij zal moeten stellen. Nou, dan moeten ze het zelf maar weten. Als ze zich dan ook maar wel realiseren dat ik gewoon mijn fiets daar blijf neerzetten als ik naar de Klandermuelen ga.

 

PS. De ontwerpen vielen me nog behoorlijk tegen. Alleen zag de troep over het beeld van mevrouw Wenzel er wat minder uit als poep dan op de foto, maar het bleef een glimmende druipkaars, waar je Willem echt niet in herkende. Het ding van Tahon was echter nog lelijker dan gedacht: wat een armoedige, ongeïnspireerde zooi. Het lijkt wel alsof hij persé niet wilde winnen.

De Zwijger als beeld in Dordt?

Ik had dat gemist. Dat komt omdat ik geen Dordtse kranten lees en zeker het AD niet. Maar vorig jaar januari 2016 werd al door kunsten-directeur Peter Schoon aangekondigd dat er in Dordrecht een standbeeld van Willem van Oranje zou komen. Ik werd er, eerlijk gezegd, pas vandaag (25.7.2017) op attent gemaakt, toen een Facebook-vriend mijn blog tipte als interessant leesvoer voor Kees Thies. Kees had als columnist in AD namelijk aandacht besteed aan de bekendmaking door onze museumdirecteur dat het beeld op het Statenplein, vlak bij de Hofstraat, zou komen. Het zou inderdaad niet gek zijn als die lelijke kopse achterkant van de Berckepoort (zie hierboven) wat opgefleurd zou worden. Maar waarom Willem van Oranje?

Willem in Dillenburg

Het is niet zo dat hij hier de deur platliep toen hij nog leefde. Ik heb nog eens de vormgeving gedaan van het nummer van het Dordtse archiefblad Kwartaal & Teken dat aan de officiële ontvangsten van de Habsburgse vorsten en die van Willem van Oranje gewijd was. Dat was in 1984. De archivaris, Theunis Jensma, had daarvoor de archieven doorgevlooid om te zien hoe dat gegaan was en hoeveel de stad eraan kwijt was geweest. Hij kwam tot de conclusie dat Willem, met gezin en gevolg, hier in 1562 en 1565 een nachtje had geslapen. Pas in 1573 en 1574 kwam hij weer even langs, door schutters ingehaald, etend op kosten van de stad en logerend bij Matthijs Berck in de Berckepoort. In 1577 kwam hij met zijn gezin weer bij Berck logeren en liet gedurende dit verblijf zijn dochtertje Elizabeth dopen in de Grote Kerk. In 1579 was hij hier even met aartshertog Matthias van Oostenrijk. Steeds kreeg hij een maaltijd aangeboden van de stad en maakten zijn familie en gevolg af en toe tripjes in de omgeving (nee, niet naar Kinderdijk). Maar dat was het. Jensma zegt het zo: “Voor een deel zullen het beleefdheids- en gelegenheidsbezoeken zijn geweest, maar ook dan nog – zelfs onder de (eerste) gangen van een copieuze maaltijd – zullen de onderwerpen van gesprek een grotere draagwijdte hebben gehad dan de Dubbeldamse eendekooien.”

Willem in Delft

Iedereen weet inmiddels dat de prins naar die vermaarde statenvergadering in 1572 zijn rechterhand Philips van Marnix had afgevaardigd. Hij had dan wel zijn agenda meegestuurd, maar het waren de staten die de beslissing namen dat ze hem geld zouden sturen, verdedigingsmaatregelen zouden nemen en die Lumey, op zijn aandringen, aanstelden als verzetsleider. Die hele vergadering was eigenlijk een kruising tussen een bijeenkomst van een crisiscomité en een krijgsraad in tijd van (dreigende) oorlog. En dat hij in Dordrecht werd gehouden was nogal toevallig, want Gouda was de eerste keus geweest. Dus die connectie met Oranje was duidelijk gebaseerd op het feit dat hij, en andere politieke figuren, niet om Dordrecht als eerste stad van Holland heen konden. Maar om nou te zeggen dat de Oranjes hier erg populair waren is behoorlijk overdreven. Zeker niet toen de pastoors, monniken en nonnen uit de stad gegooid werden en de kerken werden ontdaan van hun santenkraam. Natuurlijk was de magistraat goed-calvinistisch, maar het volk was dat bepaald nog niet.

Willem in Leiden

En nu krijgt de man in onze stad een standbeeld. De stad van de De Witten, die met medeweten van zijn achterkleinzoon prins Willem III in 1672 werden vermoord, zoals Kees Thies dat, in navolging van collega historicus Kees Klok, wat onhandig in herinnering bracht. Waarom?

Als u de eerste berichten over dit plan goed leest, moet het u opvallen dat er sprake is van de Prins Willem de Eerste Herinneringsstichting, met wie al sinds 2012 contact was. De naam zegt het al, maar wat is dat voor een stichting? Na wat zoeken blijkt het een in 1999 opgerichte club te zijn die het geld beheert van ene Edgar Nordlohne, die in dat jaar overleed. Nordlohne was voorlichter en raadgever van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (nu Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) nadat hij ook nog journalist en redacteur van het NRC was geweest. Hij was econoom, een prominent VVD lid en oud-voorzitter van de JOVD. In zijn testament stelde hij de helft van zijn vermogen beschikbaar om er beelden van zijn held mee op te richten op de plaatsen die hij belangrijk had gemaakt. In de statuten staat het:  ‘…het oprichten en onderhouden van gedenktekens die herinneren aan Willem de Eerste…’ (…) ‘…door het aanbrengen, plaatsen enzovoorts van smaakvolle, kunstzinnig verantwoorde afbeeldingen waar in ieder geval het gelaat van Willem de Eerste op voorkomt.’

Willem in Middelburg

De reden waarom hij dat wilde was onduidelijk, maar het had wat te maken met het feit dat hij de verdraagzaamheid van de Zwijger bewonderde. Een Vlaamse journalist schreef: “Waar zijn liefde voor Willem de Zwijger vandaan komt is een raadsel. Als geboren Pool is dit zeker geen vanzelfsprekendheid. Toen hij in 1999 kinderloos stierf was de verassing voor zijn familie dan ook groot.” Het bleek dat hij het tijdens zijn leven al vreemd vond dat er van Willem van Oranje zo weinig openbare herinneringen te vinden waren. Er waren” twee standbeelden in Den Haag, één in Curaçao, het praalgraf in Delft en een belachelijk standbeeld in Wiesbaden.”

Oorspronkelijk was VVD coryfee Henk Vonhoff voorzitter van de stichting, maar tegenwoordig is het professor Coen Tamse (1937), een historicus die zich in het verleden van de Oranjes in de 19e eeuw heeft gespecialiseerd. Op internet zijn er met wat zoeken van zijn hand de nodige redenen te vinden om de prins verder de hoogte in te steken. Inmiddels zijn er de nodige beelden afgeleverd. Nordlohne begon zelf met het aanbieden van een borstbeeld voor het kasteel van Vianden in Luxemburg (1989), één van Willems bezittingen. Na zijn dood werden beelden en wandplaquettes geplaatst bij de Wilhelmsturm in Dillenburg (zijn geboorteplaats, 2000), Delft (2003), Leiden (Academiegebouw, 2009), Middelburg (2012), Breda (KMA 2014),  Antwerpen (2014) en Parijs (2015). En nu zijn wij aan de beurt. Maar ik vraag nogmaals: waarom? In al die andere plaatsen heeft de prins gewoond of iets belangrijks gedaan, maar in Dordrecht niet.

Willem in Breda

Gek genoeg ging me bij het onderzoek naar de hierboven opgeschreven gegevens een lichtje op. Ik schreef al dat bleek dat men sinds 2012 bezig was met een beeld. Dat was nog voor bekend was wat er in het museum in het Hof zou komen. Dat weet ik omdat ik er toen al bij betrokken was en me vooral bezighield met het middeleeuwse gedeelte. Sinds de opening en vooral  sinds die Koningsdag van 2015 vroeg ik me steeds meer af: waarom zoveel nadruk op die statenvergadering en het belang van Dordrecht als bakermat van de natie? Wat moest er bewezen worden? Waarom werd er, sinds 2013 (het artikel van Herman van Duinen in Dordrecht Monumenteel), zo geringschattend gedaan over de feiten die historici, zoals Herman en ik, aandroegen om die gebeurtenis te nuanceren? Waarom werden sommige zaken, zoals het artikel van Van Duinen, gewoon dood gezwegen? Waarom werd er op de vergadering die ik met zekere verantwoordelijken had gezegd: we zijn  het niet met je eens en we gaan gewoon door? Of woorden van gelijke strekking.

Willem in Antwerpen

Ik ben niet iemand van complot-theorieën. Ik ben historicus en houd me bezig met verifieerbare feiten en logische conclusies. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat wat hier is gebeurd en nog gebeurt wel heel veel lijkt op het warm maken van de bevolking voor een indrukwekkende ode aan de Oranje-Nassaus en hun rol in het ontstaan van Nederland. Voor de in Dordrecht in 1572 plaatsvonden gebeurtenissen wordt een rookgordijn van slogans en kreten opgetrokken, zodat het gebrek aan historische onderbouwing aan het gezicht wordt onttrokken. Dat gebeurt waarschijnlijk vooral om te verbergen dat die hele vergadering  niet veel bijzonders was. Dat hij, behalve dat hij veel weggegooid geld opleverde, echt geen zoden aan de dijk zette in het begin van de oorlog met Spanje. En die zeker niet het begin was van onze bekende tolerantie ten opzichte van andersdenkenden. Laat staan dat hier Nederland begon, ondanks dat het museum, dat zo’n beetje om deze gebeurtenis is gedrapeerd, dat in zijn naam suggereert.

Willem in Parijs

Straks zitten we in de stad van Jan en Kees de Witt met een standbeeld van de Zwijger opgescheept. De man die hier in de 16e eeuw een paar keer heeft gegeten, overnacht en een kerkdienst of wat heeft bijgewoond. Wat wordt de volgende plaats waar een beeld wordt neergeplempt? Moerdijk, omdat ze daar het Hollands Diep moesten overvaren? Rotterdam omdat je daar onderweg  naar Den Haag ook soms moest overnachten? Ik noem maar wat.

Het standbeeld dat de schilder Aelbert Cuyp, leerling van Rembrandt, moet voorstellen op zijn sokkel in de Vriesestraat.

Het enige positieve van dat beeld wordt, gezien de al geplaatste exemplaren, dat het geen Aelbert Cuyp, Fruitbaasje van Tiel, zal worden. Ze zijn allemaal, stuk voor stuk, zeer traditioneel van uiterlijk (al heeft het Antwerpse beeld wat moderne trekjes). Het zijn, eerlijk gezegd, nogal duffe beelden. Ik zie, gezien de samenstelling van  het comité der belanghebbenden, behoudende types van VVD huize, geen gedurfd kunstwerk op de hoek Statenplein-Hofstraat verschijnen. Of Peter Schoon moet hier wat moderners hebben kunnen eisen.