Achteraf 1

kwartje
Kwartje, voor de aanpassing aan de moderne tijd. Zoals mijn ouders (en ik) het gekend hebben.

Achteraf kijk je een koe in z’n (haar?) kont. Dat was bij ons thuis een uitdrukking die gebruikt werd als het ging over iets dat je niet van tevoren had zien aankomen, maar dat achteraf gezien onvermijdelijk was. Maar ja: dan was het te laat… Direct daarbij aansluitend is het zinnetje: als je alles van tevoren wist kan je met een kwartje de wereld rond. Waarbij voor jongeren verduidelijkt moet worden dat een kwartje voor de overgang naar de euro 25 cent was, een kwart gulden. Die uitdrukking betekent ook zoiets: het heeft geen zin je na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. Historici hebben veel met deze  zinnetjes te maken. Het is hun vak om uit te zoeken wat er vroeger gebeurd is en dan moeten ze proberen te achterhalen waarom het zo gebeurd is. En hoe precies, als dat onduidelijk is tenminste. Daarna kunnen ze een reconstructie maken als: er gebeurde dit, en toen deed die en die dat, en dat had weer tot gevolg dat zus en zo gebeurde. Daarmee is dan iets verklaard, wat na, bijvoorbeeld, 500 jaar niet meer zo duidelijk was.

peer vries
Dr. Peer Vries in een karakteristieke houding.

De mensen over wie zo’n verklaring gaat, zagen dat eindresultaat in hun tijd natuurlijk zelden aankomen. Die konden ook alleen maar zeggen: als we dat en dat toen anders gedaan hadden, was alles anders verlopen. Ja, jammer dan: dat is achteraf geredeneer. Je kunt niet in de toekomst kijken want “in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst”.  Historici mogen zich ook niet met de toekomst bezig houden. Ook iets dat dr. Peer Vries ons tijdens de colleges historiografie inpeperde: “Als een journalist je vraagt hoe de volgende verkiezingen zullen gaan verlopen gezien de historie van het zittende kabinet, moet je hard weglopen.” We doen niet aan ‘wat als…’ of koffiedik kijken. We houden ons met het verleden bezig en proberen daar wat van te leren. Wat overigens niet betekent dat de geschiedenis veel invloed op de toekomst heeft, want als er iets is dat je van geschiedenis leert is dat die zich regelmatig lijkt te herhalen. Ik zeg er ‘lijkt’ bij, want als je beter oplet is het nooit helemaal hetzelfde, maar je kunt er van uitgaan dat de mens de neiging heeft in de koeienkont te blijven kijken.

Dit hele stuk dient als inleiding op een blog in 2 delen dat ik aan enkele reacties wijd die op mijn Dordrecht en de gewetensvrijheid blogs volgden. Jawel, ik heb een reactie van het museum binnen. Ik ga die niet hier behandelen, want dat doe ik wel met de directie zelf. Ik wil wel een trend daaruit aankaarten, omdat ik die al meer tegen gekomen ben in mijn leven. Zowel voor als na mijn afstuderen als historicus trouwens. Dat is namelijk de trend om in een resultaat van een historisch proces meer te zien dan er eigenlijk inzat. Zoals:

het resultaat van de ‘eerste vrije’ statenvergadering was dat de republiek ontstond waarin iedereen vrij was de denken wat hij wilde en elke godsdienst te belijden die hij wilde. Uiteindelijk had dit het vrije en tolerante Nederland tot gevolg.

Dat is de link die onder andere het museum in het Hof wil leggen. Dat is echter een foute denkwijze. Zo kun je namelijk alles van nu uit vroeger verklaren als je maar genoeg (dubieuze) verbanden legt. De opwarming van de aarde die voortkomt uit de kampvuurtjes van jager-verzamelaars, of het parkeerprobleem in binnensteden doordat de graven van Holland sommige steden bepaalde rechten gaven.

omslag 1
Omslag Tachtigjarige Oorlog onder redactie van Petra Groen (2013).

De 80-jarige oorlog is voor veel Nederlanders een belangrijke ‘gebeurtenis’ (beetje verkeerd woord voor zo’n lange periode, maar u begrijpt, gezien de inleiding, wat ik hiermee bedoel) in hun vaderlandse geschiedenis. Historici worden niet moe te benadrukken dat die periode onze natie heeft gevormd en misschien zelfs wel ons volkskarakter. Dat deden ze zelfs al in de tijd dat die oorlog nog bezig was. Sinds de 19de eeuw was het ook het onderwerp waardoor de onder één koning verenigde zeven zelfstandige provincies (die er 11 werden) en hun nog zelfstandiger steden zich Nederlanders moest gaan voelen. De nog steeds aanwezige katholieken hadden het daar wat moeilijk mee, zoals u zult begrijpen. Nederland heeft nooit zoveel met zijn middeleeuwse wortels gehad, maar die Opstand; dat was het wel. Daardoor zijn wij gevormd. Daardoor zijn wij dat eigenwijze en slimme volk van dominees en kooplui geworden, dat iedereen wel eens zal laten voelen hoe tolerant ze zijn.

Het gevolg was dat veel recentere historici zich daar ook mee bezig gingen houden en er steeds meer onderzoek naar de oorzaken, gebeurtenissen en gevolgen van die Opstand werd gedaan. Daarbij zijn nogal eens wat verouderde opvattingen gesneuveld. Maar veel zijn ook blijven bestaan, vooral bij degenen die dat op hun school geleerd hebben. Want in de geschiedenisboekjes bleven de 19de eeuwse opvattingen nog lang nasudderen. En dan heb ik het hier vooral over de opvatting van Dordrecht, welke stad denkt dat bij hen de vrijheid van meningsuiting en het huidige Nederland zijn begonnen.

Wordt vervolgd.

2 gedachten over “Achteraf 1”

  1. Ja Henk, ook nu kun je zien dat bij een conflict in een gezin, de verschillende partijen geheel eigen analises hebben hoe het zo heeft kunnen komen en welke factoren allemaal meespeelden van opvoeding en DNA tot foute vrienden en roddels.
    Wie heeft er gelijk en als er geen gelijk bestaat, welke zin moet men dan geven aan onze inspanningen om Vrede te bereiken ?

    1. Tja, Ernst. Het is een beetje buiten proporties om de geschiedenis van de Opstand met het reilen en zeilen van een gezin te vergelijken. Als je bedoelt dat geschiedenis mensenwerk is heb je gelijk, maar dat is eigenlijk alles op onze wereld.

Geef een reactie